|
Concerto for Brassband and Organ - Leon Vliex
In de opening van deze
compositie worden door de brassband een tweetal thema's geďntroduceerd.
Het eerste thema is grillig van karakter en canonisch van opzet. Het
tweede, door de flugel gebrachte thema, is lyrischer van aard. De
brassband neemt dit thema in vollere instrumentatie over. Na een
climaxwerking lat het orgel voor het eerst van zich horen. Met volle
registers neemt het orgel het eerste thema over en gaat alleen verder.
Na een korte cadens begint de eerste voorzichtige samenwerking tussen
orgel en brassband.
Nog wat onwennig na dit
samenspel gaat het orgel weer alleen verder, voortbordurend op het
eerder door de flugel geďntroduceerde lyrische thema. De brassband voegt
zich hier later weer bij.
Vervolgens gaan brassband
en orgel een muzikale strijd aan die uitmondt in een samengaan van
beiden waarbij het eerste thema nu in vergroting in de baskant van zowel
orgel als brassband te horen is. Na een flugelcadens zet de brassband
een koraal in dat middels een climaxwerking het slot aankondigt.
In het afsluitende
grandioso trekken orgel en brassband alle registers open om de
compositie groots te beëindigen. (Leon Vliex)
Fantasy for Brassband and Organ - Jan Bosveld
Toen mij
gevraagd werd een compositie te maken voor brassband en kerkorgel stond
mij direct een duidelijk concept voor ogen. Het zou inderdaad een werk
gaan worden voor brassband en orgel in de letterlijke zin van het woord.
Geen traditioneel solowerk maar het orgel als uitbreiding van de
brassbandbezetting en de brassband als een extra register van het orgel.
Kortom, een homogeen geheel.
De
belangrijkste reden hiervoor is simpel. Het werk kan eigenlijk alleen in
een kerk worden uitgevoerd en een brassband, in een kerk met zijn
specifieke akoestiek, klinkt in al zijn kleurschakeringen als een orgel.
Door het orgel in een bepaalde registratie te laten klinken kan, in
combinatie met de brassband, een prachtige mengklank tot stand worden
gebracht. Ook kan worden gekozen voor een klank die aanvullend is of
contrasterend. Deze drie manieren van “kleuren” is het belangrijkste
thema van de compositie.
Wat vorm
betreft bestaat het werk uit twee delen; langzaam – snel. Het is
opgebouwd uit een aantal motieven waarvan sommige zich gedragen als een
snel opvolgende canon. In het snelle deel wordt het belangrijkste motief
uitgebreid tot een fugato-achtig gedeelte. De canon en het fugato zijn
technieken die zowel in de klassieke, als de hedendaagse orgelliteratuur
veel worden gebruikt.
Het vrij
omgaan met de vorm en de motieven heeft geleid tot de titel; "Fantasy
for Brassband and Organ”. (Jan Bosveld) |